Een eeuwenoud pand aan de Kruisstraat

Aan de Kruisstraat, precies tegenover de Hoofdstraat, staat een heel oud huis van een behoorlijke omvang. Het is een van de zeer weinig overgebleven panden in Meppel met een originele karakteristieke gevel.De trapgevel en onder andere de accentuering van de horizontale lijn zijn kenmerken van de renaissancestijl. De eerste bewoner die in de archieven is aangetroffen, woonde hier in de eerste helft van de achttiende eeuw maar het kan ook heel goed zijn dat het pand nog stamt uit de zeventiende eeuw en dan is het meer dan driehonderd jaar oud. Het is geweldig dat dit pand zijn zeer authentieke gevel tot op heden behouden heeft. We kunnen alleen maar hopen dat ook veel anderen het bijzondere ervan inzien en wijzen op het historisch bouwkundig belang van dit pand om te voorkomen dat een nieuwe eigenaar het in zijn hoofd zal krijgen deze gevel aan te tasten.

Pastorie
 
Het pand heeft een lange historie achter de rug. We zullen de bewoningsgeschiedenis eens nagaan. Ds. Herman Huibert is de eerste eigenaar van dit pand die in de archieven wordt genoemd en wel in de Haardstedenregisters van 1742 door Drost en Gedeputeerde beroepen uit Ulsen in Duitsland in Meppel bevestigd op 4 februari 1725. Het kan zijn – maar dat is dus niet zeker – dat hij al in dat jaar in dit huis gaan wonen. Dat zou betekenen dat het huis zo’n driehonderd jaar oud is. Dominee Huibert werd emeritus in april 1761 en overleed in datzelfde jaar.

Adellijke bewoning
 
De nieuwe bewoner werd baron Zeino Coenraad van Schwartz. In het Haardstedenregister van 1764 van Meppel wordt hij als eigenaar van dit pand genoemd. Zijn moeder was Helena Agnes de Vos van Steenwijk en via haar had hij de havezate te  Ansen (een langdurig bezit van de Vossen van Steenwijk) geërfd. Dat gaf hem recht voor de adel deel uit te maken van het bestuur van de  Landschap Drenthe. Wegens financiële problemen zag hij zich gedwongen de havezate in 1760 te verkopen aan Isaac van Dongen, de rentmeester der Domeinen. Hij kreeg er f. 27.500,- voor. Daarna vestigde hij zich dus te Meppel in het huis Kruisstraat 12. Hij was een man van aanzien in Drenthe, was gedeputeerde, ette en assessor van de etstoel (Drentse rechtbank). Hij hield van een bourgondich leven en was volgens Carel de Vos van Steenwijk “onverschillig omtrent de meeste zaken, zo hij maar een glas wijn kan drinken en ongelooflijke dingen vertellen.” Nadat zijn enige dochter Lidia in 1781 en zijn tweede  vrouw, Theodora Aurelia barones van Coehoorn, weduwe van Frederik Willem van Limburg Stirum, in 1782 waren overleden, zal het huis wel te groot voor hem zijn geworden besloot hij elders te vestigen. Hij overleed in 1799 te Meppel op 83-jarige leeftijd. In 1800 werden zijn bezittingen verkocht. Die leverden ruim zesduizend gulden op. Van dit bedrag konden zijn schulden echter niet geheel worden vereffend. Daaruit blijkt dat hij ondanks de vele schulden en ondanks dat hij dus eigenlijk failliet was, toch niet in armoede had geleefd.

De volgende eigenaar was advocaat Mr. Dr. Lambert Oortwijn, want in 1784 wordt hij hier als zodanig in de haardstedenregisters vermeld. Hij was geboren in Westerbork op 15-april 1757 als zoon van Hermannus Oortwijn en Willemina Haak. Hij trouwde in 1783 te Westerbork met Rolina Cornelia Meijer.
Als hij in 1794 wordt benoemd tot schout van Staphorst, verhuist hij naar deze gemeente. Hij maakt flink carrière, want later is hij President van de Arrondissementsrechtbank te Assen.

De familie Engelberg
 
Het huis komt daarna in handen van Rolina van de Wetering, in 1789 gescheiden van de Zwolse arts Arnoldus Engelenberg met wie ze in 1771 te Zwartsluis was getrouwd. Na de scheiding verlangde ze waarschijnlijk naar haar geboortegrond De Wetering. Omdat dat vlakbij Meppel lag, verhuisde ze naar deze plaats en betrok ze het pand aan de Kruisstraat met haar twee kinderen: Johannes Rudolf (1772-1837) en Aleijda Johanna (1775-1813), respectievelijk 22 en 19 jaar. Johannes trouwde in 1798 te Giethoorn met Joanna Sidonia Hein, een dochter van Dominee Hein die tot 1795 de pastorie midden op de Wheem bewoonde. In de patriottentijd behoorde  deze dominee tot de  Oranjeklanten en omdat hij de idealen van de Verlichting afwees en de verklaring van de rechten van de mens niet wilde ondertekenen, werd hij in 1795 uit de pastorie gezet.
Die werd daarop door de gemeente tot stadsherberg verbouwd en de pastorietuin werd als marktterrein ingericht. Ds. Hein week uit naar Giethoorn waar hij opnieuw een aanstelling van predikant verwierf. Haar dochter Aleijda trouwde met Gerrit Albertus Gomarus, een zoon van een burgemeester van Zwolle en een kleinzoon van Hermannus Gomarus die predikant in Ruinerwold was geweest. Als ze op 24 september 1810 overlijdt, vestigt haar zoon Johannes Rudolf Engelenberg, die advocaat was en ontvanger der belastingen, zich met Joanna Sidonia en zes kinderen in het huis aan de Kruisstraat.

Johannes overleed in 1837 en niet lang daarna (in 1840) besloot zijn weduwe het huis met tuin daarachter publiek te verkopen. Hierbij hoorde ook nog een stuk grond met daarin een rechthoekig water dat achter het huis aan de overkant van de Poele lag. Waar dit water toediende, is gissen. Als kweek- of visvijver? Of als badgelegenheid? Apart hiervan verkocht de weduwe Engelenberg een nieuw wagenhuis met stalling dat ten noordwesten van het huis was gebouwd.

De familie Blom

Koper was de wijnkoper en olieslager van het Groeneveld Nicolaas August Blom (1800-1858) voor f. 9.500,- . Nicolaas was gehuwd met Arendina Jentina Slot (1813-1900). Zij was een dochter van de wijnhandelaar Arend Jan Slot en Alida ten Wolde. Dit echtpaar had twee dochters (Johanna Theodora en Alida) en twee zonen (Jan en Arend Jan). Na de dood van hun vader in 1858 bleven de beide zonen zich bemoeien met de oliemolen op het Groeneveld maar hadden daarnaast ook nog een volledige baan. Jan was wijnhandelaar en kassier, waaruit later de bank van Blom zou ontstaan en Arend Jan was president van de rechtbank in Tiel. Arendina bleef na het overlijden van haar man in het huis wonen tot ze in 1900 overleed.
Daarna betrok zoon Jan Blom (1844-1919) het huis. Hij was gehuwd met Maria Isabella Abbing (1846-1929). Jan Blom was een alom gerespecteerd man die in allerlei besturen zat en betrokken was bij heel wat plannen en ondernemingen, zoals bijvoorbeeld de aanleg van tramlijnen. Jan en Maria Isabella kregen twee jongens en vier meisjes van wie er een na drie weken overleed. In Meppel waren Nicolaas August die aan het Zuideinde woonde in het latere pand van Dekker & Rotteveel en Derk Otto die naast zijn ouders woonde op Kruisstraat 14, bekende inwoners. Zij beheerden samen met hun vader de bank van Blom op de hoek Grote Kerkstraat-Hoofdstraat. Na investeringen van vader Blom in Rusland verloor de bank door de Russische revolutie van 1917 kapitalen en ging zelfs in 1924 failliet. De Bloms vertrokken daarna uit Meppel.

Dienstgebouw

Nadien werd het pand aan de Kruisstraat gebruikt als Dienstgebouw van de Nederlands Hervormde kerk. Hierin waren drie catechisatiekamers en een kosterswoning. Ook het Kerkelijk Bureau van die kerk werd hier ondergebracht. Vervolgens deed het pand dienst als natuurlijk wetenschappelijk opleidingsinstituut (Academie voor Natuurgeneeskunde).

Tenslotte kwam in het 1995 in handen van Woonconcept die het verbouwde en indeelde in drie appartementen acht kamers, speciaal bedoeld voor jongeren. Maar ook aan deze laatste functie komt een einde. Woonconcept heeft het karakteristieke pand verkocht aan iemand die er een winkel in wil onderbrengen. Daarvoor was een ingrijpende verbouwing gepland, die zelfs afbreuk zal doen aan de authentieke voorgevel. Het pand is echter een rijksmonument en de verbouwingsplannen zijn als al te drastisch door monumentencommissies gelukkig afgewezen. Hoe het nu verder gaat is onbekend. De gemeente heeft een bouwkundig historisch onderzoek laten verrichten door Batjes en Ladrak, een daartoe bevoegd onderzoeksbureau, maar het rapport hiervan is tot op het moment dat ik dit schrijf nog niet openbaar.

Gepubliceerd 1 maart 2012 door Wiecher Ponne

Bron: Stichting Oud Meppel